Volwassen koolmezen zijn circa 14 centimeter groot, hebben een spanwijdte van 22,5-25,5 centimeter en een gewicht van gemiddeld 17 gram. De koolmees heeft een zwarte kruin, witte wangvlekken, een gele borst en daarop overlangs een zwarte band. Mannetjes zijn te herkennen aan de duidelijk bredere zwarte band, maar ook aan de grotere hoeveelheid zwart tussen de poten en meer glans op de kop. Het juveniel is valer gekleurd en mist de zwarte streep, deze verschijnt in het najaar. De koolmees is de grootste soort mees, zoals de wetenschappelijke soortnaam verraadt: major betekent groot.
De roep van de koolmees klinkt als péh-puuh wat vergelijkbaar is met de sirene van een politieauto. De zang is een hoog si si sirrr en lijkt iets zachter dan die van de pimpelmees. De vlucht van de koolmees is meestal gelijk aan die van andere mezen. In grote bogen vliegt de koolmees door de lucht, afwisselend wordt met de vleugels geslagen en gezweefd.
Op deze website kunt u meegenieten van al mijn waarnemingen in de natuur. De meeste foto’s zijn genomen in mijn directe omgeving. Dat is Zeeland, zowel Schouwen-Duiveland als Zuid-Beveland.
zondag 19 mei 2013
vrijdag 10 mei 2013
Perenbloesem
De gewone peer vormt een boom, die op oudere leeftijd elk jaar bloeit en, meestal ook elk jaar, vrucht draagt. Hoogstambomen bloeien op latere leeftijd dan zogenaamde spillen. Er komen echter ook beurtjaren voor. De boom bloeit afhankelijk van het ras gemiddeld van half april tot begin mei. Door de vroege bloei kan er tijdens de bloei nachtvorstschade optreden, doordat de bloemen bevriezen en dus niet kunnen uitgroeien tot vruchten. Voor een goede bestuiving is het meestal nodig meerdere rassen bij elkaar te planten.
Er zijn ook rassen, zoals Conference, die parthenocarpe vruchten kunnen vormen.
Een peer groeit uit een bevruchte bloem, meestal eerst met de dikke kant naar boven, maar door het toenemende gewicht van de vrucht 'kantelt' deze geleidelijk, tot de overblijfselen van het bloemetje aan de onderkant zijn beland.
Er zijn ook rassen, zoals Conference, die parthenocarpe vruchten kunnen vormen.
Een peer groeit uit een bevruchte bloem, meestal eerst met de dikke kant naar boven, maar door het toenemende gewicht van de vrucht 'kantelt' deze geleidelijk, tot de overblijfselen van het bloemetje aan de onderkant zijn beland.
zaterdag 20 april 2013
Aalscholver (Phalacrocoracidae)
De aalscholver is een onmiskenbare en typisch Nederlandse vogel, die alleen met de kuifaalscholver verward kan worden. De kuifaalscholver is in Nederland echter veel zeldzamer en laat zich bijna nooit ver van de kust zien. Tijdens het zwemmen ligt de vogel diep in het water, terwijl de kop schuin omhoog gehouden wordt.
Het voedsel van de aalscholver bestaat vrijwel alleen uit vis, die de vogel duikend onder water vangt. De vogel geeft geen waterdicht verenkleed en wordt bij het duiken nat tot op de huid. Voordat de aalscholver na het duiken terug naar het nest vliegt, laat de vogel de vleugels eerst met gespreide vleugels op een hoge plek drogen.
Het belangrijkste broedgebied van de Nederlandse aalscholverpopulatie bevindt zich rond het IJsselmeer. Doordat de vogels in kolonies broeden en bij voorkeur paling eten, vormen de vogels volgens de beroepsvisserij een bedreiging voor de palingstand. Om deze reden is de aalscholver in het verleden vervolgd, waardoor de populatie rond het jaar 1960 was gedaald tot minder dan duizend broedparen. Door wettelijke bescherming, maar ook door toename van het voedselaanbod heeft de populatie zich inmiddels weten te herstellen tot ongeveer 20.000 broedparen.
Het voedsel van de aalscholver bestaat vrijwel alleen uit vis, die de vogel duikend onder water vangt. De vogel geeft geen waterdicht verenkleed en wordt bij het duiken nat tot op de huid. Voordat de aalscholver na het duiken terug naar het nest vliegt, laat de vogel de vleugels eerst met gespreide vleugels op een hoge plek drogen.
Het belangrijkste broedgebied van de Nederlandse aalscholverpopulatie bevindt zich rond het IJsselmeer. Doordat de vogels in kolonies broeden en bij voorkeur paling eten, vormen de vogels volgens de beroepsvisserij een bedreiging voor de palingstand. Om deze reden is de aalscholver in het verleden vervolgd, waardoor de populatie rond het jaar 1960 was gedaald tot minder dan duizend broedparen. Door wettelijke bescherming, maar ook door toename van het voedselaanbod heeft de populatie zich inmiddels weten te herstellen tot ongeveer 20.000 broedparen.
zondag 10 februari 2013
De pestvogel (Bombycilla garrulus)
In Nederland komt de vogel zo af en toe 's winters voor. Het is een invasiegast die soms in grote aantallen in Nederland overwintert. Aangezien de pestvogels uit het noorden komen, zijn ze veel zeldzamer in België. In het verleden stond de vogel als dwaalgast bekend; de laatste vijf jaar echter treft men hem elke winter in Nederland aan. Tijdens een invasie zijn ze te zien in steden en dorpen, vaak in de omgeving van bessendragende struiken zoals de meidoorn. Pestvogels zijn verre van schuw.
zondag 6 mei 2012
Abonneren op:
Posts (Atom)






